Édouard de Berty
Aan de grote noordelijke zuil van de kruising van de dwarsbeuk hangt het grafmonument van Édouard de Berty, jonkheer en heer van Lint, die op 26 augustus 1676 overleed. Hij was secretaris van de Geheime Raad van de koning van Spanje en was getrouwd met Catherine Clocman, dochter van Henri Clocman en Jacqueline Maes. Zijn cenotaaf, oorspronkelijk geplaatst voor het koor, vermeldt een stichting voor een mis ter ere van Sint Jozef. Het woord cenotaaf komt uit het Grieks (kenos taphos) en betekent letterlijk “lege tombe”. Het monument is voorzien van een medaillon, vastgehouden door twee putti, met daarop het profiel van Édouard de Berty in grisaille en bas-reliëf. Acht kwartierstaten sierden de cenotaaf (die van hemzelf en die van zijn vrouw: de Berty, Steyvoort, Boisschot, Van der Troncke, Clocman, Stercke, Maes, Boisschot); deze verdwenen echter tijdens de Franse Revolutie. Édouard de Berty was ook verwant aan de familie Garnier, waarvan verschillende leden in de kerk begraven liggen. Zijn zus Dorothée trouwde met Chrétien de Brouchoven. Hun zoon Édouard, die burgemeester van Antwerpen werd, nam de naam Berty aan en trouwde met zijn nicht Lambertine-Ernestine Garnier.
D.O.M.
Vroeger in het grote koor gelegen
Edelman Edouard de Bertÿ, jonkheer,
Heer van Lint, zoon van Theodore en kleinzoon van Jean Baptiste de Bertÿ, secretaris van de Geheime Raad
van de koning en van de
kamer van de aartshertogen, die stierf
op 26 augustus 1676.
En jonkvrouw Catherine Clocman, zijn echtgenote,
stierf op 23 augustus 1657.
Hij bepaalde in zijn testament van 2 augustus 1676 dat zijn lichaam begraven zou worden in de grafkelder
bedekt met een witte marmeren steen met
zijn en zijn vrouw’s wapenschilden, die hij in het genoemde
koor had laten bouwen en waarin hij een dagelijkse Requiemmis stichtte,
gevolgd door de De Profundis en een Pater Noster [Onze Vader], ter zijne intentie
De stichter heeft hiervoor jaarlijks 250 florijnen gereserveerd
en een bedrag van 100 florijnen voor de jaarlijkse viering van een
gezongen mis ter ere van Sint Jozef
tijdens het octaaf, en heeft de executeurs van
zijn testament opgedragen dit in dit grafschrift te vermelden.
MOGEN ZIJ IN VREDE RUSTEN”