Charles de Bourgeois

Aan de grote zuidelijke zuil van de kruising van de dwarsbeuk ziet men een opmerkelijk grafmonument van ridder Charles de Bourgeois, lid van de Grote Raad van Brabant, behorend tot een beroemde Brusselse familie die was opgenomen tot het Geslacht Sleeus. Hij was gehuwd met Adrienne van der Noot. Charles de Bourgeois werd door de aartshertogen Albrecht en Isabella belast met het herstellen van de kerken die hadden geleden onder de ontberingen van de godsdienstenoorlogen in het bisdom. Hij werd in 1629 tot ridder geslagen. Het monument, een cenotaaf, dateert uit 1633. Het woord cenotaaf komt uit het Grieks (kenos taphos) en betekent letterlijk “lege tombe”. Men leest er deze mooie Latijnse epitaaf, vol woordspelingen:

« Officio clarus et charus

Sanctorum die sanctiora cogitans

Obiit non abiit. »

Dit vertaalt zich als: « Gewaardeerd en beroemd om zijn functie, overleden op Allerheiligen terwijl hij aan nog heiligere dingen dacht, hij ging heen maar stierf niet.». Boven het monument ontdekt men een zandloper, symbool van de voorbijgaande tijd en het leven dat ons ontglipt, evenals het hoofd van Charles de Bourgeois. De gelijkenis met dit geschilderd in de cartouche van de zeventiende-eeuwse boot met Mariabeeld, geplaatst onder het grote roosvenster in de zuidelijke dwarsbeuk, doet aannemen dat hij er de schenker van was. Voorheen, op basis van een document dat de schenking van een boot met Mariabeeld door Michel Angeliwenoni vermeldt, wiens grafmonument aan de eerste grote noordelijke zuil hangt, werd hij als de schenker beschouwd.

Fr. Sweertius prijst de raadsman Bourgeois in het Latijn, wat als volgt kan worden vertaald: “Man geboren voor de gratiën, bewonderaar en onvergelijkelijke verdediger van de Oudheid en alle elegantie; bij wie men niet weet wat het meest te prijzen: een geest gevormd en verfijnd door allerlei soorten kennis, verenigd met een subtiele oordeelsvorming, ofwel zeer zachtaardige manieren die volledig voor de mensheid zijn gevormd, waardoor hij gewend is dat zowel de groten als de nederigen hem beminnen.”

« Memoriæ

CAROLI DE BOVRGEOIS

Toparchæ, eqvitis

Et brabantiæ primi consiliari

Qvi post IV. et L. svi mvneris

  1. et LXXX. ætatis,

VIII. et XL matrimoni

Expletos annos.

Conivgi svæ, D. ADRIANÆ VANDERNOOT

Gvilielmi, eqvitis, et procancellari filiæ

Hieronymi, eqvitis, et cancellari nepti

Sexennio prope svperstes

PHILIPPIS II. III. ET IIII.

Hispaniarvm Regibvs

ALBERTO ET ISABELLÆ

Belgi principibvs

Officio clarvs et charvs

Sanctiorvm die

Sanctiora cogitans

Abiit non obiit

CD.D.CXXXIII »

Wat men vrij kan vertalen als:

“Ter nagedachtenis aan

CHARLES DE BOVRGEOIS

jonkheer, ridder

en eerste raadsman van Brabant,

die na 54 jaar dienst

op 84-jarige leeftijd

en na 48 jaar huwelijk

met zijn vrouw, ADRIENNE VAN DER NOOT,

dochter van Guillaume, ridder en vicekanselier,

kleindochter van Jérôme, ridder en kanselier,

die hem bijna zes jaar overleefde.

Tijdens de regeringen van FILIPPUS II, III en IV

koningen van Spanje

en van ALBRECHT EN ISABELLA

prinsen van België,

geacht en vereerd om zijn ambt,

stierf hij op Allerheiligen,

denkend aan nog heiliger zaken,

hij ging heen maar stierf niet

1633″

 

<
>